Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
04
01
16
Nancy van Bemmel
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
4
Door Nancy van Bemmel
Dossier: Inkoop
Soort: ,

Gebruik prestatiecontracten neemt vlucht in 2016

Gebruik prestatiecontracten neemt vlucht in 2016

Prestatiecontracten worden in het private en publieke domein steeds vaker ingezet. Finn Wynstra, hoogleraar inkoop en leveranciersmanagement aan de Erasmus Universiteit, doet onderzoek naar het thema prestatiecontracten. “Ik verwacht dat veel partijen hier komend jaar meer ervaring mee gaan opdoen.”

Rondom prestatiecontracten is veel commotie geweest. Het project voor de verbreding van de A15 bleek een financiële strop voor het bouwconsortium met Ballast Nedam en Strukton. Deze hadden zich bij nader inzien bij de aanbesteding te laag ingeschreven. Daarnaast had het consortium veel moeilijk te beheersen risico’s op zich genomen. Ook op de aanbesteding van de verbreding van de A10 kwam flinke kritiek. In de media werd gesteld dat Rijkswaterstaat ook hier teveel risico’s bij de marktpartijen neerlegde.

Commotie prestatiecontracten
“De commotie over het gedrag van Rijkswaterstaat heeft me wel enigszins verbaasd. Het consortium heeft bij de aanbesteding van de A15 meer risico’s naar zich toegetrokken dan Rijkswaterstaat oorspronkelijk had voorgesteld. Bovendien is het eigenlijk nog te vroeg om te zeggen dat de keuze voor een prestatiecontract verkeerd was. Het contract loopt namelijk nog zo’n 25 jaar. Het hele idee is juist dat men kosten en opbrengsten met elkaar in evenwicht kan brengen over de langere termijn”, aldus de professor.

“Ik hoop niet dat men door deze negatieve ervaringen ‘het kind met het badwater weggooit’”, vervolgt Wynstra. “Ik zie dat er nu een soort kentering plaatsvindt bij diverse uitbesteders. Bij de aanbesteding van de A10 Zuidasdok worden toch weer een aantal risico’s bij Rijkswaterstaat teruggelegd. Ik hoop niet dat er koudwatervrees ontstaat voor het inzetten van prestatiecontracten. Het proces naar het contract toe is juist ontzettend leerzaam. Het dwingt transparantie af, zowel intern als tussen partijen. Dat is de grootste winst.”

Kinderziektes
Het koudwatervrees is de oorzaak van een aantal kinderziektes in de toepassing van de methode. “Prestatiecontracten worden nog wel eens toegepast in situaties waar je dat beter niet kunt doen. Als je bijvoorbeeld te maken hebt met een leverancier die je niet goed kent en die de risico’s van het project of de dienst niet goed kan inschatten, dan is het niet verstandig om dit contract in te zetten. Het moet ook een situatie zijn, waarbij leveranciers redelijk met elkaar kunnen concurreren. Als je maar één of twee leveranciers hebt, dan biedt een prestatiecontract weinig incentives. Tot slot moet de uitbesteder bereid zijn om de uitvoering over te laten aan de leveranciers en zich verder niet met de uitvoeringsdetails bemoeien. Dit is allemaal nog te vaak niet het geval.”

Risksharing & gainsharing
Een bedrijf dat het concept ‘prestatiecontracten’ al langere tijd onder de knie heeft, is DSM. “Ik kan me nog een case herinneren, waarbij DSM een leverancier van onderhoudsdiensten heeft uitbetaald op basis van de omzet van de fabriek. Dit was een ervaren leverancier die al lang voor die fabriek van DSM werkte. De partijen hadden al 10 jaar aan elkaar kunnen wennen en hebben toen een risksharing & gainsharing contract getekend. In 2016 zouden organisaties meer over dit soort contracten moeten gaan nadenken.”, concludeert Finn Wynstra.

Nancy van Bemmel
Door Nancy van Bemmel
Nancy van Bemmel is een gedreven journalist. Voor Inkopers-café zet ze zich graag in om inkopers snel van het allerlaatste nieuws te voorzien. Heeft u tips voor Nancy? U kunt haar mailen via: nancy@inkopers-cafe.nl

Reacties:

  • Sandra van der Zweep | 04-01-2016 om 14:26

    Ik ben geen inkoper, maar ik ben wel bekend met de contractvormen die Rijkswaterstaat gebruikt. In het bovenstaande artikel worden twee contractvormen door elkaar gebruikt. Bij het A15 project Maasvlakte-Vaanplein heeft Rijkswaterstaat een DBFM-contract (ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden voor 20 jaar) op de markt gezet. Rijkswaterstaat gebruikt prestatiecontracten voor het meerjarig onderhouden van wegen en vaarwegen (het gaat hier o.a. om snoei- of bagger werkzaamheden). Hier wordt niet ontworpen en gebouwd en vindt ook geen voorfinanciering plaats door een bank. Het woord prestatiecontract in relatie met de A15 is in dit verband dan ook niet juist.

  • Marcel Bressers | 04-01-2016 om 22:11

    Het is niet automatisch zo dat prestatiecontracten uitsluitend kunnen worden ingezet voor (zeer) grote aanbestedingen of opdrachten in de private sector van grote omvang. Het is juist voor bedrijven die voordeel zien in prestatiecontracten om kennis en ervaring op te doen met kleinere opdrachten bij leveranciers die men ziet als potentiële strategische partners voor de lange termijn. Een gedegen vooronderzoek naar een leverancier en/of reeds opgedane ervaringen in kennis en betrouwbaarheid helpen daar uiteraard bij.

  • TitusKroon | 06-01-2016 om 15:07

    Naast vertrouwen en een aantal andere randvoorwaarden die Finn noemt in zijn onderzoek en onderhavig artikel, zie ik in de praktijk dat prestatiecontracten nog te veel worden gezien als het over de schutting willen kieperen van problemen die verder gaan dan de reikwijdte van inkoop. Daar moet inkoop eerst met de business uitkomen. Daarna is het wel handig te beschikken over de juiste mensen met de juiste competenties om de vaak complexe processen, aanbestedingen en prestatiemetingen effectief te managen.

  • Eugene | 09-01-2016 om 14:06

    Prestatie inkoop is op zicht de beste manier van inkopen, mits de juiste weg bewandeld wordt om tot een contract te komen. Het risico wat schuilt en waar het vaak misgaat is dat de klant de leverancier toch vaak bindt aan bepaalde eisen/voorwaarden die normaliter in he resultaat van de leverancier geborgd moeten zijn. Dit ontstaat vaak door wantrouwen of door zekerheden in te willen bouwen aan de kant van de klant. Dit kan leiden tot discussie, onduidelijkheden of een beperking van het resultaat. Daarnaast moet de leverancier zich zelf controleren en dit rapporteren. de kunst is om het proces zowel aan de kant van de klant als leverancier transparant te maken, zo is controle nagenoeg niet of niet noodzakelijk. Indien je hierin slaagt is succes verzekerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.