Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
31
01
Nancy van Bemmel
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
2
Door Nancy van Bemmel
Categorie: Duurzaam inkopen
Soort: ,

Kledingindustrie maakt vuile handen in Myanmar

Mensenrechten worden massaal geschonden in de kledingindustrie. Beschamend lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden, discriminatie van vrouwen, ondermijning van vakbonden en dwang- en kinderarbeid zijn de orde van de dag. Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) doet onafhankelijk onderzoek naar de effecten van het beleid van multinationals op mens en milieu. In dit kader heeft de stichting de kledingindustrie onderzocht in verschillende landen, zoals Pakistan, Bangladesh, India, Ethiopië, Argentinië en recentelijk Myanmar. Overal zijn vergelijkbare problemen.

Ondanks de publieke verontwaardiging over de uitbuiting van de kledingarbeiders, blijven modemerken naar deze landen trekken en houden zij de ogen gesloten. InkopersCafe.nl spreekt Pauline Overeem, senior researcher bij SOMO. Zij stort zich al jaren op onderzoek naar arbeidsomstandigheden in de textiel- en kledingindustrie en analyseert bedrijfsmodellen en -praktijken die tot schendingen van arbeids- en mensenrechten leiden. Denk aan korte levertijden, verborgen onderaannemers en instabiele relaties met leveranciers.

Onderzoek
In het onderzoek naar de kledingindustrie in Myanmar heeft SOMO, samen met lokale onderzoekspartners, twaalf exportfabrieken onderzocht en 400 arbeiders geïnterviewd. “Op lokale marktjes en in cafés ontmoetten we de arbeiders (veelal vrouwen). We vroegen hen naar de arbeidsomstandigheden, lonen en contracten. We vroegen ook altijd voor welke bedrijven de fabrieken produceerden. Aan de hand van een groot boek vol merklabels, konden de arbeiders aanwijzen welke plaatjes zij kenden. Onder andere H&M, C&A en Primark blijken kleding te produceren in dit land.

Afvoerputje
“Myanmar is het ‘nieuwste’ Aziatische kledingproductieland. Na jarenlange sancties komt de handel met Myanmar nu op gang. Lage lonen en voordelige handelsvoorwaarden lokken kledingproductie uit de regio naar deze fragiele democratie. Het land is een afvoerputje. De wettelijke lonen zijn beschamend laag, namelijk 2,48 euro per dag. Hier wordt ook nog eens mee gesjoemeld. De maas in de wet is namelijk dat leerlingen op een proefcontract de eerste drie maanden maar de helft van het idioot lage loon krijgen. Daar maken werkgevers dankbaar gebruik van. Werknemers worden drie maanden ingezet, ontslagen en daarna weer voor drie maanden aangenomen, zodat ze maar dat leerlingen-loon blijven houden.”

Gedwongen overwerk
Om toch nog wat te verdienen werken de arbeiders soms wel elf uur per dag. In piekperiodes kan er daarnaast sprake zijn van gedwongen overwerk. “In de fabrieken werken veel jonge vrouwen en meisjes. Er zijn shuttle bussen die mensen naar het dorp brengen en ophalen. Het rooster van de bussen is echter niet afgestemd op de overtijduren. Dus de mensen die ’s nachts eindelijk naar huis kunnen, hebben vaak geen vervoer. Vooral voor vrouwen kan dit heel vervelend zijn, want dan is het donker, laat en onveilig.”

Kinderarbeid als noodzakelijk kwaad
Arbeiders hebben in Myanmar maar weinig mogelijkheden om hun problemen aanhangig te maken. Onafhankelijke vakbonden zijn er nog maar mondjesmaat. “We hebben ook gemerkt dat vakbonden en arbeidsrechten ngo’s een genuanceerde positie hebben als het gaat om kinderarbeid. Het land is zo verdomd arm en kinderarbeid wordt gezien als een noodzakelijk kwaad. Als de kinderen niet kunnen bijdragen aan het inkomen van het gezin, dan wordt het voor het gezin onmogelijk om het hoofd boven water te houden. ‘Gelukkig kunnen kinderen werken’, wordt er gedacht.”

No cut & run
Dat betekent niet dat inkopende partijen het daarbij moeten laten. “Je moet vasthouden aan internationale normen op het gebied van kinderarbeid, maar het uitbannen moet je voorzichtig doen. Wij zeggen: ‘no cut & run’. Als er een probleem is en je wordt aan de schandpaal genageld, dan moet je als merk niet je biezen pakken, maar proberen iets te verbeteren. Als dat echt niet lukt, kan je op een verantwoordelijke manier je terugtrekken. Dat geldt ook voor kinderarbeid. Als een bedrijf kinderen aantreft in een fabriek, dan moeten die kinderen niet direct ontslagen worden. Dan is het inkopende bedrijf, samen met de werkgever, verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de kinderen naar school begeleid worden. Ook betogen wij dat de werkgever het salaris dat het kind misloopt, doorbetaalt tot het kind de leeftijd heeft dat het legaal mag werken. Nog beter: betaal normale lonen aan volwassenen, zodat zij een inkomen mee naar huis kunnen nemen waar het gezin van kan leven. De aanvulling van kinderen is dan niet nodig.”

Niet zomaar een Aziatisch productieland
Overeem ziet dat de rush naar Myanmar nu is gestabiliseerd. “Maar het afgelopen jaar zijn er tientallen kledingfabrieken geopend. Ook hebben veel Chinese kledingbedrijven hun productiefaciliteiten verplaatst naar Myanmar. Dan zeggen inkopende bedrijven: ‘Ja, wij moeten wel mee. Dat was een fijne toeleverancier.’ Dat is wel heel makkelijk gedacht. Dit is niet zomaar ‘een ander Aziatisch productieland’. Het is jonger, fragieler, de democratie stelt nog niet veel voor, het land is half in oorlog, de rechtsstaat is wankel en vakbonden bestaan nog maar net. Ons advies: doe een zorgvuldige risicoanalyse en maak alleen de oversteek als je zeker weet dat je geen vuile handen maakt.”

Dit artikel is onderdeel van het dossier ‘ketenverantwoordelijkheid’. De komende weken zullen meer artikelen over dit thema op InkopersCafe.nl verschijnen.

Nancy van Bemmel
Door Nancy van Bemmel
Nancy van Bemmel is een gedreven journalist. Voor Inkopers-café zet ze zich graag in om inkopers snel van het allerlaatste nieuws te voorzien. Heeft u tips voor Nancy? U kunt haar mailen via: nancy@inkopers-cafe.nl

Reacties:

  • Herman | 09-01-2018 om 10:43

    Goed stuk, zie ook deze op Netflix
    **True Cost **
    Deze documentaire gaat over het leuke shirt van 7 euro in de winkel op de hoek en het hele proces dat daarachter verscholen zit. De fast fashion drijft niet alleen op de mensen die lange dagen maken in sweatshops. Verrassende aspecten komen aan bod als Monsanto die alleenrecht heeft op zaadjes en de vervuiling van rivieren door leerproductie. Het antwoord is het kopen van eerlijke kleding. In Nederland kan je dat al in verschillende (grote) winkels kopen.

  • Menno Karres | 12-01-2018 om 15:21

    “Ondanks de publieke verontwaardiging over de uitbuiting van de kledingarbeiders, blijven modemerken naar deze landen trekken en houden zij de ogen gesloten.”

    Wat een totaal eenzijdig beeld! De kledingindustrie wordt al eeuwen gekenmerkt door industriële uitbuiting, en de publieke honger naar goedkope rommel is duizenden malen sterker dan de paar idealisten die het zielig vinden dat kindertjes hun onderbroeken naaien.

    Als je alleen kijkt naar de prijs dan maakt het je blijkbaar niet uit wat iets waard is. En dat geldt ook voor deze goedkope reactie op een verder waardevol artikel.

    Wordt zelf wakker, dier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.