Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
05
03
13
Fred Wittmaekers
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Fred Wittmaekers
Dossier: Economie
Soort:

Marktwerking me hoela

Onlangs luisterde ik in de auto naar een interessante discussie op de radio. Het ging over de buitenproportionele verhoging van de prijzen van het openbaar vervoer. De OV chipcard zou de boosdoener zijn. De overheid had bij de invoering van de chipcard met de marktpartijen afgesproken dat gedurende het eerste jaar na invoering geen grote prijsverhogingen mochten worden doorgevoerd. Het jaar is voorbij, en meteen maken de marktwerkende partijen gebruik van de gelegenheid om vrolijk met de tarieven aan de slag te gaan. In “omhoogwaartse” richting wel te verstaan. En als consument kun je daar nauwelijks iets tegen doen. Want welke keuzes heb je eigenlijk?

De politiek is er heilig van overtuigd dat marktwerking goed is voor de consument. Het zou leiden tot klantgericht werken met een hogere servicegraad tegen lagere prijzen natuurlijk door de toegenomen concurrentie. Als ik echter nu naar het openbaar vervoer kijk, waar zie ik dat dan? Want in hoeverre is er in het dagelijks gebruik echt sprake van concurrentie? Ja, er is concurrentie met alternatieve verplaatsingsmogelijkheden; de auto, de motor, de fiets of gewoon niet gaan. Maar concurrentie met vergelijkbare aanbieders? Dat zou pas zo zijn als je bij het station kunt kiezen tussen busbedrijf A of busbedrijf B. De een biedt scherpe tarieven, maar heeft alleen staanplaatsen, de ander onderscheidt zich juist door comfortabele fauteuils met massagemogelijkheden of door een klantvriendelijke opstelling: “Goedemorgen Meneer Wittmaekers, fijn dat u weer met ons reist. Een cappuccino?”. Nu is het echter zo dat er gewoon één aanbieder in een bepaalde regio actief is. In Purmerend kun je alleen met busbedrijf A reizen; in Amsterdam met busbedrijf B. Het probleem ontstaat daar waar de gebieden van A en B aan elkaar grenzen. Ze blijken namelijk niet naadloos samen te werken en hanteren andere tarieven.

Daarnaast is het natuurlijk heel vreemd dat je op het moment dat je kiest voor het gebruik van de dienst (dus als je instapt), je geen flauw idee hebt van wat dat feest jou gaat kosten. Daar kom je pas achter wanneer je uitcheckt. Mocht je het achteraf toch te prijzig vinden, dan kun je het moeilijk teruggeven. Hoe transparant is dat?

De oorzaak van deze situatie zit hem in de misvatting dat marktwerking als vanzelfsprekend lagere prijzen en betere dienstverlening tot gevolg heeft en dat dit vooral niet gerealiseerd kan worden binnen een overheidsdienstverlening. De vraag is waarom dat zo zou zijn. Waarom is het niet mogelijk om ook bij een monopolistische overheidsorganisatie tot betere dienstverlening en lagere kosten te komen? Dat is toch gewoon een kwestie van goed management, goede mensen en het verbinden van consequenties aan falen of succes. Marktwerking wordt vooral gezien als een oplossing voor falende bedrijfsvoering. Wat er nu gebeurt is dat marktwerkende partijen weten dat er vooral naar de prijs wordt gekeken als onderscheidende factor. Dus schrijven ze met een lage prijs in, om vervolgens aan hun eigen uitgaven kant te gaan “optimaliseren” (lees wegbesparen) en meerprijzen te rekenen daar waar de klantvraag verandert. Uiteindelijk trek je als reiziger aan het kortste eind. Daar verandert marktwerking in de huidige vorm helemaal niets aan.

Fred Wittmaekers
Door Fred Wittmaekers
Directeur InkoopAcademie; inkopen met business focus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.