Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
04
10
11
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Freek Andriesse
Dossier: Inkoop
Soort:

NEVI Nyenrode Inkoopcongres 2011 'Trends for the future'

Koop minder, haal meer uit minder

Lijkt de consument in deze hoogst onzekere tijden het spoor volledig bijster, inkopers hebben hun pad al uitgestippeld. Meer local sourcing, minder inkopen en meer uit de inkoop halen. Daarbij ontdekken bedrijven dat het inkopers zijn die duurzaamheid en winst als geen ander weten te verenigen.

‘Voorspellen is lastig, vooral als het de toekomst is’, zo luidt een gezegde. Misschien moeten wij daar van maken ‘voorspellen is onmogelijk’, want zelden was de wereld zo in beweging. En als de mens ergens een hekel aan heeft, is het wel aan de onzekerheid die al die turbulentie met zich meebrengt. Daarom zijn trendwatchers graag gehoorde sprekers op congressen. De organisatoren van het NEVI Nyenrode congres hadden trendwatcher Christine Boland uitgenodigd. ‘The future is in the eye of the beholder’, is haar pragmatische motto. Anders gezegd: de trends, die maken wij gewoon zelf.  Boland vertelde in een notendop hoe zij trends extraheert. Het begint allemaal met omgevingsfactoren. Die werken op ons in en geven reacties en op basis van die reacties kun je wat over de toekomst zeggen. Dat deed de vlot sprekende Boland heel aanschouwelijk, in woord, beeld en geluid, met talrijke soms hilarische voorbeelden (koffie zetten met een keteltje en een filter komt terug). Zij was de eerste spreker op dit congres dat door NEVI-kring Noord-Holland/Utrecht voor de vijfde maal op rij bij Nyenrode in Breukelen plaatsvond. Opnieuw voelden de organisatoren prima de tijdgeest aan. Waren vorig jaar ruim 300 aanwezigen gegrepen door presentaties over het thema ‘waarde’ door een uitgelezen cast, waaronder best value procurement grondlegger Dean Kashiwagi, dit jaar was ‘trends for the future’ het thema en dit jaar waren 350 mensen naar Breukelen getogen. Om dit thema handen en voeten te geven, hadden de organisatoren het congres opgebouwd van algemeen naar specifiek.

 
Planet B
Trendwatcher Boland schetste eerst de megatrends, waarna vier CPO’s de trends die voor hen op inkoopgebied spelen uit de doeken deden. Die vier waren nu eens niet de usual suspects, maar mensen die je niet of nooit in Nederland kunt horen: inkoopdirecteur David Spacey van Heineken’s Group Purchasing, CPO Johanna Hagelberg van de Zweedse energieproducent Vattenfall, CPO Jeur Abeln van UPC Broadband en purchase manager Henrik Elm van meubelmultinational IKEA. Dat zag er op papier al goed uit, maar bleek tijdens het congres intellectueel smullen op sterrenniveau te zijn.
Om goed te begrijpen welke megatrends er voor de nabije toekomst zijn te verwachten, gaf Boland eerst een beeld van het huidige tijdsgewricht. Twee woorden staan daarin centraal: snel en radicaal. Zowel qua bevolkingsgroei als qua techniek is sprake van een exponentiële ontwikkeling. Dat trekt een wissel op de mens. Volgens een spraakmakende denker als Rupert Sheldrake krijgen wij er zintuigen bij om met de overvloed aan technische nieuwtjes om te kunnen gaan. Maar Boland wees er ook op dat het door de veelheid van ontwikkelingen lastig is geworden in je diepe brein te komen en zo tot rust te komen. Niet alleen zijn de ontwikkelingen  exponentieel, maar ook radicaal. Wij komen inmiddels om in het afval, het klimaat verandert terwijl er eenvoudigweg geen ‘planet B’ is.  Daarnaast zijn er ook nog eens ingrijpende politieke en economische ontwikkelingen als de Arabische lente en de opkomst van nieuwe grote economieën. Deze ontwikkelingen leiden tot angst, frustratie, ontwrichting en stagnatie. Pessimistisch toonde Boland zich overigens allerminst: ‘er mag dan sprake zijn van een economische laagconjunctuur, tegelijkertijd is er een creatieve hoogconjunctuur’.

Drie megatrends
Met de omgevingsfactoren in gedachten, ziet Boland drie kerntrends:

  • aandacht, binding en contact
  • inzicht, overzicht en houvast
  • verwondering, verrassing en verbeelding.

Eerstgenoemde megatrend zie je bijvoorbeeld terug in de reclames van Gucci en Louis Vuitton die koketteren met hun rijke historie en het fraaie handwerk dat zij leveren. Localization is ook een exponent van die trend. Het succes van het versmerk ‘Willem & Drees’, groente en fruit van lokale telers voor de lokale supermarkten, past binnen deze trend. Stadsvergroening, door bij voorbeeld urban farming (landbouw op daken en in tuinen), urban green (daken en zelfs gevels vol met planten) en guerillagardening, is nog zo’n subtrend.

Ook de tweede kerntrend is al op veel gebieden terug te zien. Bijvoorbeeld in de toenemende behoefte aan stilte en afzondering (afzonderplekken, één persoonshotels), in het hergebruik van producten en materialen, het experimenteren met nieuwe grondstoffen (insecten als vleesvervanger) en het vinden van alternatieve materialen (Puma dat de schoenendoos door de ‘Clever Little Bag’ verving en de Water-Less Jeans van Levi’s).

De moderne mens zoekt niet alleen naar persoonlijke aandacht  en houvast, maar wil zich ook als een klein kind kunnen verwonderen. Dat is Boland’s derde megatrend. In het werk van kunstenaars die trends vaker beter dan de doorsnee mens aanvoelen, is dat terug te zien in het spelen met dimensies en proporties. 

Eerlijk, helder, Heineken

Nadat Boland in grove streken van het penseel de trends van de toekomst had geschetst, was het woord aan vier CPO’s over de inkooptrends die hen bezighouden. Een opvallende gemeenschappelijke deler in het inkoopbeleid van zowel Heineken als Vattenfall als IKEA is de verduurzaming van de inkoop. Onder het motto ‘brewing a better future’ besprak CPO David Spacey van Heineken International drie concrete voorbeelden van maatschappelijk verantwoorde inkoop. In 2020 wil het bedrijf 60 procent van alle grondstoffen lokaal kopen. Heineken heeft 140 brouwerijen in zo’n 70 landen. Grondstoffen worden nu de halve wereld over gesleept. Milieuonvriendelijk en duur. Heineken gaat daarom meer inkopen bij lokale boeren. Spacey noemde Congo, waar de rijst die voor het populaire Bralima-bier wordt gebruikt, meer en meer van kleine boeren komt die van Heineken een garantieprijs krijgen. ‘Zo inkopen is niet alleen goedkoper voor Heineken, maar wij stoppen ook waarde terug in de lokale gemeenschappen. En dat leidt uiteindelijk tot een hogere bieromzet’, aldus een openhartige Spacey. (h)Eerlijk, helder, Heineken dus.

10.000 koelkasten
Het tweede voorbeeld ging over Nigeria, waar Heineken via een nationaal merk zeer succesvol is met bier in blik. Tot voor kort werden scheepsladingen van die blikjes van Antwerpen naar Lagos getransporteerd. Op de keper beschouwd werd dus vooral lucht verplaatst. Door Spacey werd hier verandering in gebracht door één van ’s wereld grootste blikleveranciers te koppelen aan een lokale producent met potentie. Werd in 2010 in Nigeria nog 100 procent van de bierblikjes geïmporteerd, in 2012 zal naar verwachting 80 procent lokaal worden geproduceerd. De lokale werkgelegenheid neemt toe, de logistieke kosten nemen af en daarmee ook de milieubelasting. Tenslotte besprak Heineken’s CPO het Green Fridge Programme. De bierproducent koopt jaarlijks een slordige 10.000 koelkasten met doorzichtige deur in voor plaatsing op verkooppunten. Door die koelkast eens goed onder de loep te nemen en uit te rusten met LED-verlichting, een energiemanagementsysteem (bijvoorbeeld afslaan als de deur wordt geopend) en een ander soort koelvloeistof verbruikt de koelkast nu zo’n 35 procent minder energie. Deze nieuwe generatie koelkasten is duurder dan de oude energieslurpers. Degene die er van profiteert is in eerste instantie de horeca-uitbater, daar diens elektriciteitsrekening lager uitvalt. Heineken aan de andere kant heeft er wel een verkoopargument bij. Alle drie voorbeelden laten zien dat duurzaamheid en winst maken uitstekend samen kunnen gaan. En, mogelijk gemaakt door inkoop.

Buy less!
Ook uit de presentaties van de CPO’s van Vattenfall en IKEA bleek goed dat duurzaamheid een belangrijk thema is in de inkoop. Kort en krachtig was het betoog van powergirl Johanna Hagelberg van Vattenfall. Deze Zweedse energieproducent (elektriciteit, gas, warmte) heeft een periode van snelle groei achter de rug, waarin onder meer Nuon werd overgenomen. Inmiddels bedraagt de omzet zo’n 20 miljard euro. Het bedrijf is deels achterwaarts geïntegreerd met eigen kolenmijnen en is ’s werelds grootste producent van off shore windenergie. Inkoop is bij Vattenfall nadrukkelijk in beeld gekomen omdat er na zo’n periode van snelle groei door overnames niet alleen door middel van consolidatie veel te verdienen is, maar ook omdat het bedrijf gewoon veel geld aan inkoop uitgeeft: jaarlijks naast vier miljard euro investeringen, ook zo’n vier miljard euro aan operationele uitgaven. Hagelberg heeft de handen vol aan het opbouwen van één sterke inkoopafdeling, het bundelen van volumes en het vinden van nieuwe leveranciers als alternatief voor dan wel naast het uiterst kleine groepje bedrijven dat de apparatuur voor energiecentrales levert (‘hoe blijf je voor een gigant als Siemens een aantrekkelijke klant, als voor hen de meest interessante projecten buiten Europa zijn’). Dat zal haar vast lukken, want ze kent het klappen van de zweep, zoals althans blijkt uit haar observatie dat 70 procent van het inkoopwerk overal hetzelfde is, 20 procent sectorspecifiek is en maar 10 procent bedrijfsspecifiek is. De inkoopvisie die zij voor Vattenfall hanteert, is ‘buy less, pay less and get more’. Dat eerste deel van die visie is volgens CPO Hagelberg ook het krachtigste middel om aan duurzaamheid te werken (koop geen elektrische auto, maar rij langer door met je huidige).

More from less
Met rode oortjes werd het betoog van IKEA’s CPO Henrik Elm gevolgd. Dat kwam door zowel de verpletterende cijfers van de Zweedse meubelgigant, als door de diepgang en openhartigheid van zijn betoog. Alles bij IKEA is groot. In 2010: 700 miljoen winkelbezoeken en 737 miljoen bezoeken aan de website. Alleen al 1,1 miljard euro omzet aan voedselverkoop, waarmee het bedrijf de grootste voedselexporteur van Zweden is. Het bedrijf voert 9500 artikelen die door een kleine 1200 toeleveranciers in 54 landen worden gemaakt. Aansluitend bij het congresthema ‘trends for the future’ noemde Elm twee belangrijke inkooptrends. De eerste is dat IKEA steeds meer in Europa gaat inkopen. Momenteel wordt 68 procent in Europa ingekocht (vooral in Polen) en 22 procent in China. Een stijgend Europees inkoopaandeel heeft alles te maken met het aandeel arbeid in de kosten: slechts 8 procent. De logistieke kosten liggen veel hoger. Het grootste deel van zijn voordracht was echter gewijd aan de trend van duurzame inkoop. Wil Vattenfall’s CPO Hagelberg minder inkopen, CPO Elm van IKEA hanteert als duurzaamheidsmotto ‘more from less’. Dat illustreerde hij met aansprekende voorbeelden. Neem het bekende bijzettafeltje LACK dat al lang geen massief blad meer heeft, maar een flinterdunne boven- en zijlaag waartussen een kartonnen honingraatconstructie zit (zoals in goedkopen binnendeuren). In 1992 waren van dat tafeltje 225.000 exemplaren verkocht en kostte het (omgerekend, de euro bestond nog niet) 17,90 euro. Inmiddels staat de verkoopteller op jaarlijks 15,5 miljoen stuks en gaat de LACK voor 4,90 euro de winkel uit. Uiteraard maakt IKEA hier nog steeds winst op. IKEA huldigt ook op het gebied van duurzaamheid het principe ‘small changes x big volume = a huge difference’. Het bedrijf heeft het duurzaamheidsprogramma ‘I-WAY’.  Dat programma stelt én eisen aan de toeleveranciers (kinderarbeid, milieu, lonen e.d.) én aan het product.

Kritische vragen
Elk IKEA-product wordt voortdurend geëvalueerd op 11 punten, waaronder: het gebruik van minder materiaal, de toepassing van hernieuwbare materialen, transportefficiency en de wijze waarop het door de consument wordt gebruikt. Wat betreft dat laatste is het door IKEA heel goedkoop aanbieden van spaarlampen een goed voorbeeld (Elm: ‘de markt haatte ons toen wij dat deden. We gaan het nu weer doen met LED-lampen’).

Naar aanleiding van de voordracht van Elm werden door de zaal kritische vragen gesteld. IKEA drukt per jaar 198 miljoen exemplaren van de bekende catalogus. ‘Was dat nu wel zo duurzaam?’ Elm zag die catalogus echter nog niet zo snel verdwijnen: ‘We zijn hier sentimenteel over. Wel is het zo dat de oplage langzaam maar zeker zal afnemen omdat meer en meer mensen de website gebruiken’. Een tweede vraag ging over de toeleveranciers van IKEA. ‘Wat vind IKEA een redelijke prijs?’ Dat was volgens de CPO een prijs waarvoor de toeleverancier het interessant vindt om te blijven leveren en te blijven investeren.

TCO-plus
Verrassend was ook de presentatie van Jeur Abeln, CPO van UPC Broadband (tv, telefoon, internet). Een pur sang technologiebedrijf, en onderdeel van Liberty Global (10,5 miljard dollar omzet in 2010). Het leveren van waarde is voor Abeln en zijn inkoopteam dé trend voor de toekomst en die toekomst is voor deze CPO al begonnen. Hij besprak drie terreinen waarop hij concrete waarde levert. Het eerste terrein is het bijdragen aan innovatie door nauwe samenwerking met toeleveranciers. Hij gaf als voorbeeld de ontwikkeling van een apparaat dat binnenkort op de markt komt en waarmee alle content in je huis draadloos wordt geïntegreerd. Het werd in nauwe samenwerking met onder meer Intel, Philips en Samsung ontwikkeld. Zij maakten samen met inkopers en productontwerpers van UPC deel uit van een team. ‘Zo’n echte innovatie krijg je alleen voor elkaar als je de intellectuele eigendomsrechten deelt’, aldus Abeln. Om een goede alignment tussen de roadmaps van UPC en haar toeleveranciers te bewerkstelligen, organiseert UPC’s CPO regelmatig stewardship meetings. Het tweede terrein waar hij waarde toevoegt is risicomanagement. Dat kun je het beste doen door transparant te zijn naar de toeleverancier, realistische verwachtingen te scheppen en goede relaties te ontwikkelen. Dat werkt heel wat beter dan te proberen alles in contracten te gieten. Tenslotte riep Abeln op te werken aan waardemanagement. ‘Probeer alles uit je toeleverancier te halen. Niet alleen de laagste total cost of ownership, maar waarde in de breedste zin van het woord. Blinkt hij misschien uit in logistiek? Of in financieel management? Kortweg: TCO-plus.’

Door Freek Andriesse
Drs. Freek Andriesse is inkoopjournalist en adjunct hoofdredacteur van Deal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.