Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
19
09
Nancy van Bemmel
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Nancy van Bemmel
Dossier: Inkoop
Soort: ,

Term Early Supplier Involvement is misleidend

Term Early Supplier Involvement is misleidend

“Vaak praten we over Early Supplier Involvement, alsof dit heel belangrijk zou zijn. Het eerder betrekken van de leverancier heeft echter geen enkele invloed op het eindproduct”, stelde Finn Wynstra, professor Inkoop en Leveranciersmanagement aan de Erasmus Universiteit onlangs op de NEVI inkoopdag. Interessante quote, maar wat zit hier nu precies achter? InkopersCafe.nl spreekt Finn Wynstra uitgebreid over het onderwerp.

“De term Early Supplier Involvement in innovatietrajecten is misleidend”, begint de hoogleraar. “Dit gaat alleen over het moment van betrokkenheid en dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. De hoeveelheid verantwoordelijkheid bepaalt namelijk pas écht of een innovatieproject slaagt.”

Je stelt dat het vroeg betrekken van leveranciers niet leidt tot innovatie. Is het helemaal geen aspect bij productinnovatie?
“Je zou leveranciers vroegtijdig bij het project kunnen betrekken om te controleren of er productiecapaciteit is op het moment dat je het nodig hebt. Op deze manier kun je een ‘plekje reserveren’. Het kan ook zo zijn dat je met Early Supplier Involvement een betere relatie wilt bewerkstelligen. Op de uitkomsten van het project heeft het echter geen effect. Alleen het eerder betrekken van leveranciers zorgt niet voor een beter product, lagere kosten of een snellere ontwikkeltijd.”

Als je er een betere relatie aan overhoudt, waarom zou je leveranciers dan niet vroegtijdig betrekken?
“Er zijn studies uit de jaren 90 die aantonen dat Early Supplier Involvement niets oplevert en zelfs negatieve effecten heeft. Innovaties zouden langer duren, zouden duurder zijn en leveranciers zouden er met de goede ideeën vandoor gaan. In mijn promotieonderzoek in 1994 bij Philips kwamen we erachter dat je bij innovatietrajecten twee dimensies moet onderscheiden, namelijk het moment van betrokkenheid en de mate van verantwoordelijkheid. Deze resultaten zijn recent nogmaals bevestigd in een meta-analyse van eerder gepubliceerd onderzoek, uitgevoerd door mijn collega Robert Suurmond.”

Het moment van betrokkenheid speelt dus wel een rol.
“Ja, maar het hangt wel samen met de mate van verantwoordelijkheid die je een leverancier geeft. Zuiver en alleen een leverancier vroeg betrekken, maar hem geen verantwoordelijkheid geven in de ontwikkeling, voegt niets toe aan innovatie. Het belangrijkste is dat je eerst goed nadenkt over de mate van verantwoordelijkheid. Als je een leverancier veel verantwoordelijkheid geeft, dan heb je nog steeds de keuze om hem vroeg of laat te betrekken.”

Waarom zou je een leverancier met veel verantwoordelijkheid laat betrekken?
“Stel dat Philips een nieuw apparaat laat ontwikkelen. Philips geeft een leverancier volledige verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van de kast om het apparaat. Dat kan helemaal aan het eind van het project. Eerst worden namelijk de modules voor in de kast ontworpen. De kast komt aan het eind van het traject, maar is daardoor niet minder belangrijk. Dit is Late Supplier Involvement, maar de leverancier is wel helemaal verantwoordelijk gemaakt voor het materiaal, de coating, de dimensies van de kast, enzovoort. Het vroeg of laat betrekken van leveranciers zegt dus helemaal niets over de mate van verantwoordelijkheid of innovatie.”

Hoe bepaal je de mate van verantwoordelijkheid?
“Daar liggen een aantal vragen aan ten grondslag. Voor Philips hebben we de volgende vragen opgesteld:

  1. Als je kijkt naar de technische kerncompetenties van het bedrijf: hoeveel zou je zelf kunnen specificeren en produceren?
  2. Zijn er leveranciers die meer relevante kennis hebben over het product of de productie?
  3. Kunnen leveranciers de ontwikkeling efficiënter, sneller en goedkoper uitvoeren?
  4. Heb je voldoende capaciteit om de ontwikkeling zelf uit te voeren?

De antwoorden bepalen hoeveel je zou moeten uitbesteden en hoeveel verantwoordelijkheid je de leverancier zou moeten geven. Hoewel deze vragen voor Philips zijn opgesteld, zijn de vragen in de meeste organisaties toe te passen.”

Hoe bepaal je vervolgens het moment van betrokkenheid?
“Hier hebben we ook vragen voor opgesteld. Bij Philips werd elk apparaat opgedeeld in onderdelen of modules. Elk stukje noemden we een bouwblok. De vragen waren:

  1. Is het bouwblok een belangrijke, nieuwe bijdrage aan de functionaliteit van het hele systeem? Zit de innovatie echt in dit bouwblok?
  2. In hoeverre bepaalt dit bouwblok de technische specificaties en design van de andere bouwblokken?
  3. In hoeverre bepaalt de ontwikkel- of besteltijd van dit bouwblok de vooruitgang van het hele ontwikkeltraject?
  4. Wat is de complexiteit? Hoeveel verschillende technologieën worden er in dit bouwblok gebruikt?
  5. Is de productietechnologie nieuw?

De antwoorden op deze vragen bepalen de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de ontwikkeling van het bouwblok. Hoe hoger de risico’s, hoe eerder je aan de ontwikkeling van het bouwblok moet beginnen en hoe eerder je dus de betreffende leveranciers zou moeten betrekken.
Dit staat los van de mate van verantwoordelijkheid. Het moment dat de leverancier betrokken wordt, is voornamelijk een praktische aangelegenheid. Alleen de mate van verantwoordelijkheid heeft effect op het eindproduct, en dus op innovatie.”

Nancy van Bemmel
Door Nancy van Bemmel
Nancy van Bemmel is een gedreven journalist. Voor Inkopers-café zet ze zich graag in om inkopers snel van het allerlaatste nieuws te voorzien. Heeft u tips voor Nancy? U kunt haar mailen via: nancy@inkopers-cafe.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.