Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
14
05
13
Peter Streefkerk
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Peter Streefkerk
Dossier: Global
Soort:

Wijkertunnel blijkt dure grap

De Nederlandse staat is een paar honderd miljoen euro meer kwijt aan de Wijkertunnel onder het Noordzeekanaal. Volgens Het Financieele Dagblad betaalde de staat de eerste 15 jaar na opening van de tunnel al 386 miljoen euro aan een consortium van private investeerders. Hoewel het consortium de investering van 185 miljoen euro inmiddels ruimschoots terugverdiende, moet de staat hen nog tot medio 2026 blijven betalen. Verder berekende de krant dat de tunnel de staat in totaal bruto 722 miljoen euro gaat kosten. Dat zou neerkomen op een jaarlijks rendement van elf procent gedurende een periode van 30 jaar.

Keuze voor uitbesteden
De Wijkertunnel op de A9 tussen Velsen en Beverwijk werd gebouwd tussen 1993 en 1996. Omdat de staat op dat moment zelf geen geld had voor de bouw van de tunnel, werd de opdracht uitbesteed aan een consortium van banken en verzekeraars (onder wie ING en Commerzbank). Zij betaalden gezamenlijk een groot deel van de totale bouwkosten van 600 miljoen gulden (272 miljoen euro). In ruil daarvoor maakte de staat jaarlijks een vergoeding  per passage over. Dat bleek vorige week uit informatie die Het Financieele Dagblad via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur opvroeg.

Lucratief contract
Omdat het aantal passages de afgelopen periode flink groeide en de staat gemiddeld 0,53 eurocent tol betaalde voor elk voertuig dat door de tunnel reed, stegen de kosten van de jaarlijkse afdracht enorm. Daarnaast waren partijen contractueel overeengekomen dat er ook geen limiet zou zijn op het aantal passages. Tenslotte was vastgelegd dat de acht procent rente op staatsleningen uit 1992 bleef gelden voor de tolprijzen. Dit ondanks het feit dat die rente sindsdien flink daalde. Pas in 2016 heeft de staat voor het eerst de mogelijkheid de tolprijzen aan te passen. Naar welk niveau is niet bekend.

Kritiek Algemene Rekenkamer
De Algemene Rekenkamer had in 1993 al ernstige kritiek op de wijze waarop minister Maij-Weggen van Verkeer en Waterstaat de bouw van de Wijkertunnel had uitbesteed. De Rekenkamer becijferde indertijd dat financiering door het consortium circa 40% duurder zou uitvallen dan publieke financiering. Daarnaast vond de Rekenkamer het een slechte zaak dat Maij-Weggen vanwege de snelheid slechts met één aanbieder zaken had gedaan. Maij-Weggen toonde zich in die tijd niet onder de indruk van de kritiek. 

Lessons to be learned
De risico’s inschatten bij een groot en langdurig project vormt altijd een uitdaging. Feit is dat vòòr en tijdens de aanbestedingsprocedure verkeerde inschattingen zijn gemaakt. De negatieve gevolgen daarvan hadden binnen de perken kunnen blijven, mits bij aanvang de juiste (tegen)maatregelen waren genomen.

Één leverancier is geen leverancier
Het begon allemaal met een verkeerde inschatting over het gebrek aan concurrentie. Dit had te denken moeten geven. Ten eerste omdat een referentiekader (benchmark) in zo’n geval ontbreekt. Ten tweede omdat één aanbieder per definitie een slechte uitgangspositie bij het onderhandelen oplevert. Het aanbestedingsdocument daarentegen bood wel degelijk de mogelijkheid de procedure te stoppen en de opdracht niet te gunnen. Het versterkte de indruk dat Verkeer en Waterstaat koste wat het kost een tunnel wilde laten aanleggen om de fileproblemen op de A9 te verminderen.

Risico’s bij verkeerde partij
Een tweede verkeerde inschatting betrof de aanbestedingsvorm. Bij de Wijkertunnel ging het alleen om een financieringsovereenkomst, waarbij de risico’s voor een groot deel bij de staat kwamen te liggen. Op basis van voortschrijdend inzicht kiest de staat tegenwoordig voor het aanbesteden van het geheel van ontwerp, bouw, financiering, onderhoud, bedrijfsvoering (Design, Build, Finance, Maintain, Operate).   

Slecht onderhandelingsresultaat
Ook bij de vastlegging van de rente werd een verkeerde inschatting gemaakt. Een variabele en de markt volgende rente met een plafond op acht procent had meer in de lijn der verwachting gelegen. Hier zal het feit dat slechts met één leverancier werd onderhandeld zeker een rol hebben gespeeld.

Schatting aantal passages te laag
En het eindigde met de inschatting over de groei van aantal passages gedurende de contractperiode. Nu is voorspellen altijd moeilijk, maar opvallend is dat het consortium bij zijn voorstel in 1992 al uitging van veel meer passages dan de prognoses van Verkeer en Waterstaat vermeldden. De cijfers van het consortium liggen maar iets onder het werkelijk aantal passages. Ook hier had een plafond, met een maximaal aantal passages, voor de hand gelegen.

Peter Streefkerk
Door Peter Streefkerk
Peter Streefkerk is eigenaar van Respect Inkoopconsultancy. Hij houdt zich bezig met interim management, advisering, projectmanagement, training en coaching. Hij is auteur van de boeken Inkopen voor Dummies, Inkoop en een groot aantal artikelen over inkopen. Volg Peter op Twitter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.